Waarom hooggevoelige kinderen gemakkelijker angstig worden (en hoe je dit kunt voorkomen)

Hooggevoelige kinderen lijken kwetsbaarder dan andere kinderen. Maar dat zíjn ze in werkelijkheid niet. Of eigenlijk ook weer wel, maar dat hoeft geen probleem te zijn. Een beetje verwarrend, maar hopelijk wordt dat in de loop van dit artikel duidelijker.

Hooggevoelige kinderen kunnen namelijk gemakkelijker angstig worden, maar als je begrijpt hoe dat komt, dan kun je maatregelen nemen om het te voorkomen. Of om te verhelpen als het al is gebeurt. Als dat je lukt, dan kan de hooggevoeligheid een kracht worden in plaats van een last.

Onze hersenen zijn programmeerbaar

Om te begrijpen waarom hooggevoelige kinderen gemakkelijker angstig kunnen worden, moeten we eerst een klein beetje begrijpen hoe onze hersenen werken. En dan met name de rol die onze amygdala’s spelen.

De amygdala’s zijn twee amandelvormige hersenstructuren die onze angst regelen. Ze onthouden namelijk donders goed de situaties en omstandigheden die angst (en andere emoties) veroorzaakten bij ons. Elke keer als we in de toekomst soortgelijke situaties meemaken herkennen ze deze als ‘enge situatie’ en geven ze het signaal ‘OH JEE! Dit zou weleens mis kunnen gaan!’ af.

Als wij op onze beurt ons gedrag op dit waarschuwingssignaal afstemmen (bijvoorbeeld door bang weg te lopen), dan vertellen we onze amygdala’s dat hun angstsignaal terecht was. Dit motiveert ze om de volgende keer nóg sterker te reageren op een soortgelijke situatie.

Stel je voor dat je een grote, gevaarlijk uitziende hond ziet. Je amygdala’s zeggen: ‘Oei, oppassen’. Oftewel, je voelt een beetje angst. Als je daardoor van de hond wegloopt om je achter een boom te verstoppen dan zeg je met je gedrag tegen je amandelvormige hersenonderdelen dat honden serieus gevaarlijk zijn. Waarom zou je je er anders voor verstoppen?

Je amygdala’s onthouden je reactie op de hond en zijn erop gebrand om je de volgende keer dat je een hond tegenkomt extra goed te waarschuwen. Ze geven dan  niet meer het signaal ‘een beetje bang’, maar ‘behoorlijk bang’. Als je je dan nog beter verstopt dan de vorige keer, omdat je meer angst voelt, dan programmeer je je amygdala’s om de eerstvolgende keer het signaal ‘PANIEK’ te geven. Enzovoorts.

Dit is natuurlijk een beetje een simpel voorbeeld, maar het is wel in essentie hoe onze hersenen leren om angstig te worden. De amygdala’s zijn bijna als een spier te trainen. Hoe vaker je oefent in bang zijn, hoe sterker de angstgevoelens worden. Dit geldt voor iedereen. Hooggevoelig of niet. Maar als je hooggevoelig bent, is dit systeem nog gemakkelijker te trainen.

Hooggevoelige kinderen zijn… gevoeliger

Hooggevoelige kinderen voelen namelijk subtielere signalen. Ook die van zichzelf. Dat is immers hun talent. Ze zijn zich dus bewuster van hun angstgevoelens. Anders gezegd, er is minder angst nodig om hen ervan bewust te maken dat ze zich bang voelen. Ook pikken ze gemakkelijker subtiele afwijzende signalen uit hun omgeving op. En voelen deze signalen bovendien sterker. Ze doen meer pijn.

Omdat ze zich van meer van hun eigen angstgevoelens en van afwijzende signalen van buitenaf bewust zijn zullen ze eerder hun gedrag erop afstemmen. Maar daarmee trainen ze hun amygdala’s ook harder. En daarmee zijn ze dus vatbaarder om angstig te worden. Ze ‘bodybuilden’ hun amydala’s als het ware. Hooggevoelige kinderen zijn dus vaak Arnold Schwarzeneggers op amygdala-gebied.

Gelukkig zitten die gekke neuronenklontjes niet heel ingewikkeld in elkaar en kun je ze bijna net zo gemakkelijk ook weer herprogrammeren. (Nou ja, het is iets lastiger om ze te ontspannen, omdat ze als taak hebben je veilig te houden. Daarom zijn ze geprogrammeerd om liever iets te vaak het signaal gevaar af te geven dan niet vaak genoeg. Dat laatste kan namelijk fataal zijn.) Maar herprogrammeren is te doen met de nodige alertheid en toewijding.

Herprogrammeren doe je met gedrag, niet met woorden

Dat herprogrammeren doe je met gedrag – amygdala’s reageren vooral sterk op gedrag en nauwelijks op gedachten. Jezelf vertellen dat een hond niet eng is, werkt niet voor je amygdala’s. Taal is niet aan ze besteed. Ze laten zich niet overtuigen door woorden, maar door daden.

Om ze te herprogrammeren ben je dus op gedrag aangewezen. Geruststellend gedrag dat zegt: “Die hond is ok, hoor! Kijk maar, ik aai hem zonder dattie m’n arm er tot m’n schouder af scheurt!” Als je dat een aantal keren doet – het liefst inderdaad zonder dat die hond je arm eraf rukt, anders werkt het niet – dan zullen je amygdala’s voortaan een stuk relaxter zijn in de buurt van een hond.

Kinderen kunnen zelf nog niet of nauwelijks verzinnen welk gedrag helpt om minder bang te worden. Bij een kind moet je dit gedrag dus voordoen of duidelijke instructies geven voor ‘herprogrammeergedrag’. En dan het liefst klein en simpel beginnen. Want dan is de kans op succeservaringen het grootst.

Van succeservaringen moet je het hebben. Dat is waar de amygdala’s van leren. Elke keer als een ‘enge’ situatie gewoon goed afloopt, worden de amygdala’s minder alert voor soortgelijke situaties. En als een situatie zelfs plezier oplevert (doordat de geaaide hond lief gaat spelen) dan gaat het helemaal snel.

Je kunt dit proces nog meer versterken door je kind bewust te maken van de succeservaring. Niet met een compliment (‘wat knap van je’) maar met positieve feedback (‘kijk, net durfde je het nog niet, en nu heb je het toch gedaan en het ging helemaal goed’). Hiermee programmeer je ook de andere delen van zijn hersenen om minder bang te worden.

Bij angst voor honden, bijvoorbeeld laat je je kind eerst een chihuahua aaien (met een beetje geluk herkent je kind zo’n beestje niet eens als een hond). Dit kun je dan stapje voor stapje opbouwen, tot zelfs die Rottweiler van de overbuurman geen probleem meer is. Zolang je weet dat hij te vertrouwen is, natuurlijk.

Vermijden van ‘enge’ situaties en beschermen tegen mogelijke kwetsingen is dus niet handig. Daarmee herprogrammeer je je hersenen niet. Je geeft ze geen kans om situaties anders te leren zien. En bovendien geef je daarmee onbewust de boodschap dat die situaties inderdaad gevaarlijk zijn – waarom zou je ze anders vermijden?

Je moet je kind tijdens het herprogrammeerproces niet teveel dwingen, want dat geeft stress die de amygdala’s alleen maar actiever maakt. Maar je moet je kind zeker ook niet overdreven geruststellen. Dat bevestigt namelijk ook op subtiele wijze alleen dat het eigenlijk wél eng is. Ik word er in elk geval nooit kalm van als iemand roept dat er geen reden voor paniek is… Laat met jouw gedrag maar zien dat een situatie veilig is.

Een lagere tolerantie voor ongezondheid: de kracht van hooggevoeligheid

Angst is dus de kwetsbare kant van hooggevoeligheid. De andere kant ervan is dat hooggevoeligen een lagere tolerantie voor voor dat wat niet goed is. Voor wat schadelijk, beperkend en ongezond is. Ze merken het eerder op en voelen het simpelweg sterker.

Ik geloof niet dat ongezonde zaken daadwerkelijk schadelijker zijn voor hooggevoeligen dan voor minder gevoelige mensen (ik spreek hier uit mijn eigen ervaring als HSP). Ze zijn zich alleen bewuster van de schadelijkheid ervan en kunnen dit minder goed verkroppen. En dat is gunstig! Het maakt hoogsensitieve personen tot sterk eigenwijze mensen. Ze móéten wel als ze niet de hele tijd willen lijden.

De lage tolerantie voor ongezonde toestanden – innerlijke of uiterlijke – is een dwingende reden om op zoek te gaan naar ‘genezing’. Om gezond te worden en beperkende patronen op te ruimen. En om gezondere omgevingen op te zoeken of te creëren. Uiteindelijk zijn hooggevoeligen niet echt kwetsbaarder, maar hebben ze wel meer potentie om een gezond en evenwichtig leven te leiden. Én om hun omgeving ook gezonder te maken.

Minder gevoelige mensen hebben misschien minder last van ongezonde zaken. Dat is op zich fijn, maar ze blijven daardoor wel ook makkelijker rondlopen met allerlei onzinnige ideeën en aangeleerde misvormingen en blijven hangen op vreselijke plekken omdat ze zich niet voldoende bewust zijn van de schadelijkheid ervan. En dragen er misschien zelfs onbedoeld en onbewust aan bij.

Alles heeft dus twee kanten. Ook hooggevoeligheid. De kwetsbaarheid die erbij hoort kan ook een grote kracht zijn. Zolang je amygdala’s maar niet te bang geprogrammeerd zijn, kan de eigenwijsheid en de lage ‘ongezondheidstolerantie’ van hooggevoelige personen een belangrijke bijdrage leveren aan hun eigen gezondheid en die van onze wereld.

Daarom is het zo belangrijk om de kwetsbaarheid én de kracht van hooggevoeligheid te begrijpen. Om te snappen waarom hooggevoelige kinderen gemakkelijker angstig kunnen worden. En hoe je dit kunt voorkomen.

Ik hoop dat dit artikel dit voldoende heeft duidelijk gemaakt. Als dat niet zo is, dan hoor ik het graag. Stel dan hieronder je vragen. Of neem contact met me op via het contactformulier.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *