Opvoeden zonder te straffen of te belonen

 

Hoe laat je je kind zich goed gedragen? Dat is een vraag waar de meeste ouders zich (naast hoe zorg ik dat mijn kind gelukkig wordt?) veel mee bezig zijn. Straffen en/of belonen is een populaire methode van opvoeden. Soms lijkt het wel of dat een groot deel van opvoeding ís.
Straffen kan van alles zijn. Van een pets op de billen, op de ‘naughty-chair’ zetten, afkeuring laten blijken door je gezichtsuitdrukking of de toon van je stem, tot je teleurstelling of afwijzing letterlijk uitspreken. Belonen kan met stickers, snoep of speelgoed. Met complimentjes of een aai over de bol, etc.

Opvoeden met straf en beloning is een vergissing

Door middel van straffen en belonen stuur je het gedrag van je kind. In mijn ogen is dat echter geen opvoeden, maar gedragstraining. Opvoeden met straf en beloning vind ik een grote vergissing. Volgens mij kun je een kind veel beter gevoelig maken voor de werkelijke gevolgen van zijn gedrag en daarbij vertrouwen hebben in de aard van de mens om sociaal te willen zijn en het juiste te willen doen.

Wat straffen en belonen eigenlijk is…

Een kind straf geven betekent dat je hem een rotgevoel over zichzelf geeft als hij iets doet wat niet mag of hoort. Een kind een beloning geven betekent dat je hem een fijn gevoel over zichzelf geeft als hij voldoet aan de normen en verwachtingen.

Verdient een kind het echt om een rotgevoel over zichzelf te krijgen? Een peuter kan zich nog niet echt inleven in een ander. Kleuters zijn nog behoorlijk egocentrisch. Een tienjarige wordt nog sterk geregeerd door emoties. Verdienen ze daarom straf als ze een keer iets ‘verkeerds’ doen? Mogen ze zich alleen goed over zichzelf voelen als ze zich voorbeeldig gedragen? Of hebben ze gewoon altijd iemand nodig die invoelend en mild reageert?

Een spel met eigenwaarde

Een kind is van zijn verzorgers afhankelijk voor zijn overleving. Dat betekent dat afwijzing betekent dat hij gevaar loopt. Goedkeuring betekent dat hij veilig is. Voor een kind is dit heel serieus. Het is de reden waarom straf en beloning zo goed werkt om gedrag te sturen.

Je speelt daarmee echter een spel met zijn eigenwaarde. Je maakt zijn gevoel van eigenwaarde en veiligheid voorwaardelijk, terwijl deze onvoorwaardelijk zou moeten zijn, voor een vrij en gelukkig leven. Opvoeden met straf en beloning is daarmee geen gevoelige opvoeding.

Veel mensen blijven de rest van hun leven last houden van dit spel met hun eigenwaarde. Op een gegeven moment is dit zo normaal geworden dat we het onbewust en automatisch op onszelf gaan toepassen. Dan hebben we geen anderen meer nodig om ons te straffen en te belonen. Straf wordt schaamte. Beloning wordt een gevoel van zelfacceptatie en zelfvertrouwen.

We staan onszelf toe ons goed te voelen over onszelf of juist niet en geloven dat dát ons een goed persoon maakt. We vinden het normaal om ons te schamen. Zo blijven veel volwassenen gevangen in het idee dat regels iets echts zijn en blijft hun gevoel van eigenwaarde afhankelijk van wat ze doen. En leven ze een veel minder vrij leven dan mogelijk is.

Een alternatief voor straf en beloning

Maar straf en beloning is helemaal niet nodig om een kind op het rechte pad te houden. Het is onze natuurlijke gevoeligheid die ons tot goede personen maakt. Onze gevoeligheid voor de gevolgen van ons gedrag en onze neiging om sociaal te willen zijn.

Alles wat we doen heeft namelijk gevolgen. Echte gevolgen in de echte wereld. Je hoeft een kind eigenlijk alleen bewust te maken van deze gevolgen. Dat is straf en beloning genoeg. En deze komen nu niet van anderen. Je kind kan ze zelf zien als er niemand is om hem te straffen of te belonen.

Wij mensen wíllen van nature namelijk het goede doen en hebben een ingebouwde neiging om ons rot te voelen als we inzien dat we anderen iets aangedaan hebben. Daardoor hebben we, als volwassenen, geen straf of beloning en geen regels meer nodig om het ‘juiste’ te doen.

Een innerlijk kompas

Je helpt je kind op deze manier om een innerlijk kompas te ontwikkelen. Oog te krijgen voor de effecten van zijn gedrag op andere mensen, op zichzelf en zijn omgeving, in plaats van voor het oordeel van anderen.

Dit is wérkelijke gewetensontwikkeling. Een geweten dat altijd werkt (niet alleen als er kans is op straf of beloning) omdat zij gebaseerd is op de werkelijkheid. Je leert je kind zo te leren van de werkelijkheid. Een zeer nuttige vaardigheid. Je kunt je kind daarom veel beter wijzen op de werkelijke gevolgen van wat hij doet.

In plaats van je kind te belonen als hij zijn kamer heeft opgeruimd, door hem er bijvoorbeeld een compliment over te geven, kun je daarom beter zoiets zeggen als: “Lekker gevoel geeft dat hè, als je kamer weer helemaal netjes is”. En als hij zijn zusje geslagen heeft, kun je hem ervoor straffen, maar je doet er (zoals hopelijk inmiddels duidelijk is) veel beter aan door te zeggen: ”Kijk, je zusje is heel verdrietig door wat je gedaan hebt, dat vind je zelf vast ook niet fijn.” Om vervolgens te leren hoe je zoiets weer goed te maken.

Straf en beloning zorgt voor een ‘uiterlijk kompas’

Straffen en belonen maakt deze natuurlijke gevoeligheid juist kapot, doordat je een kind leert zich te richten op het oordeel van anderen in plaats van op de ‘echte’ gevolgen van wat we doen. Je leert een kind dingen te doen of laten op basis van wat het hem oplevert. Om iets te winnen (beloning) of juist iets te vermijden (straf).

Als er geen kans op een beloning is, is een kind vele minder gemotiveerd om iets te doen of uit te proberen. En als er geen of een heel kleine kans op straf kans is, houdt weinig een kind tegen om iets ‘verkeerds’ te doen. Een houding die bij veel te veel volwassenen nog steeds leeft, waardoor veel te veel mensen onverantwoordelijk omgaan met de natuur en andere mensen, in situaties waar dat geen straf oplevert.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *